ECLI:NL:RBZWB:2020:3553

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 juli 2020
Publicatiedatum
31 juli 2020
Zaaknummer
AWB- 19_900 en AWB- 19_4770
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling UWV in proceskosten na intrekking beroepen arbeidsongeschiktheidsuitkering

Verzoekster had twee beroepen ingesteld tegen besluiten van het UWV over haar recht op arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, geregistreerd onder zaaknummers BRE 19/900 WIA en BRE 19/4770 WIA. Na wijziging van de besluiten door het UWV op 30 april 2020 trok verzoekster haar beroepen in en verzocht de rechtbank het UWV te veroordelen in de proceskosten.

De rechtbank overwoog dat het UWV aan verzoekster was tegemoetgekomen door de besluiten te wijzigen, waardoor aan de voorwaarden van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb was voldaan om het UWV in de proceskosten te veroordelen. De rechtbank stelde de proceskosten vast op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij de kosten voor rechtsbijstand in beide zaken werden berekend aan de hand van punten en een waarde per punt.

De rechtbank wees erop dat het griffierecht van € 47,- reeds door het UWV aan verzoekster vergoed moet worden op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb, zodat een veroordeling daarvoor niet nodig was. Uiteindelijk veroordeelde de rechtbank het UWV tot betaling van € 2.231,25 aan proceskosten voor zaak BRE 19/900 WIA en € 1.706,25 voor zaak BRE 19/4770 WIA.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoekster na wijziging van de besluiten en intrekking van de beroepen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummers: BRE 19/900 WIA en BRE 19/4770 WIA
uitspraak van 28 juli 2020 van de enkelvoudige kamer op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaken tussen

[naam verzoekster] , wonende te [woonplaats] , verzoekster,

gemachtigde: mr. A. Boesjes, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(UWV; kantoor Breda), verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 18 januari 2019 (bestreden besluit I) van het UWV over haar recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Dat beroep is bij de rechtbank geregistreerd met zaaknummer BRE 19/900 WIA.
Verzoekster heeft ook beroep ingesteld tegen het besluit van 29 augustus 2019 (bestreden besluit II) van het UWV over haar recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Dat beroep is bij de rechtbank geregistreerd met zaaknummer BRE 19/4770 WIA.
Bij besluiten van 30 april 2020 heeft het UWV de bestreden besluiten gewijzigd.
Vervolgens heeft verzoekster de beroepen ingetrokken, met het verzoek het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV geen gebruik gemaakt van de gelegenheid hierop te reageren.
De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten, indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen.
2. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de besluiten van 30 april 2020 dat het UWV aan verzoekster is tegemoetgekomen. Hierin ziet de rechtbank aanleiding het UWV te veroordelen in de door verzoekster gemaakte proceskosten.
De rechtbank stelt de proceskosten vast op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De kosten van de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de beroepszaak met zaaknummer BRE 19/900 WIA stelt de rechtbank vast op € 2.231,25 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor het verschijnen op de hoorzitting, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting en (de helft van 0,5 =) 0,25 punt voor de reactie op het deskundigenrapport (dat mede betrekking heeft op de beroepszaak met zaaknummer BRE 19/4770 WIA), met een waarde per punt van € 525, en wegingsfactor 1).
De kosten van de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de beroepszaak met zaaknummer BRE 19/4770 WIA stelt de rechtbank vast op € 1.706,25 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor het verschijnen op de hoorzitting, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift en (de helft van 0,5 =) 0,25 punt voor de reactie op het deskundigenrapport (dat mede betrekking heeft op de beroepszaak met zaaknummer BRE 19/900 WIA), met een waarde per punt van € 525, en wegingsfactor 1).
3. De rechtbank overweegt ten overvloede dat het UWV op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb het griffierecht, dat in iedere zaak € 47,- bedraagt, aan verzoekster dient te vergoeden, zodat een veroordeling daartoe niet nodig is.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV in de proceskosten van verzoekster, in zaak BRE 19/900 WIA tot een bedrag van € 2.231,25 en in zaak BRE 19/4770 WIA tot een bedrag van € 1.706,25.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Sierkstra, rechter, in aanwezigheid van mr. P. Oudkerk, griffier, op 28 juli 2020 en is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Als u het niet eens bent met deze uitspraak

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank.