Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De benadeelde partij
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de tenlastegelegde feiten;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 7 april 2019 vond te Baarle-Nassau een straatroof plaats waarbij het slachtoffer werd overvallen en beroofd van onder meer een horloge, telefoon en tas. Verdachte werd verdacht van medeplegen of medeplichtigheid aan deze overval en van het voorhanden hebben van een wapen in de vluchtauto.
Tijdens de zitting op 21 juli 2020 heeft de officier van justitie vrijspraak gevorderd voor medeplegen, maar medeplichtigheid aan de overval wel bewezen geacht. De verdediging bepleitte volledige vrijspraak, stellende dat er geen wettig bewijs is dat verdachte vooraf wetenschap had van de overval of het wapen.
De rechtbank oordeelde dat ondanks enkele vraagtekens bij de verklaring van verdachte, het dossier geen wettig en overtuigend bewijs bevat dat verdachte vooraf op de hoogte was van de overval of het wapen in de auto. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van beide tenlastegelegde feiten. De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd afgewezen wegens de vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van medeplichtigheid aan de straatroof en wapenbezit wegens gebrek aan wettig bewijs.