Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 6 augustus 2020 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoeker 1] en [naam verzoeker 2], te [woonplaats verzoekers], verzoekers,
de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe in die zin dat de minister wordt opgedragen om [naam zoon], geboren te Tbilisi op 27 mei 2020, binnen twee weken na verzending van deze uitspraak een nooddocument te verstrekken op grond waarvan hij Nederland kan inreizen en tijdelijk op Nederlands grondgebied mag verblijven;
- draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 178,= aan verzoekers te vergoeden;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 1.050,=.