ECLI:NL:RBZWB:2020:3742
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht bij AOW-uitkeringsherziening
Eiser heeft op 30 maart 2020 beroep ingesteld tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) waarin zijn AOW-uitkering was herzien en teruggevorderd. De rechtbank wees eiser schriftelijk op de verplichting tot betaling van griffierecht. Na het verzoek tot betaling ontving de rechtbank geen betaling. Op 8 mei 2020 stuurde de rechtbank een aangetekende betalingsherinnering met de waarschuwing dat bij uitblijven van betaling het beroep niet-ontvankelijk zou worden verklaard.
De griffierechtbetaling bleef uit binnen de gestelde termijn van vier weken na de herinnering. De rechtbank oordeelde dat het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is en besloot het niet op een zitting te behandelen. Dit oordeel is gebaseerd op de wettelijke bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) die voorschrijven dat bij niet-tijdige betaling van griffierecht het beroep niet-ontvankelijk is, tenzij er sprake is van een redelijk excuus.
De rechtbank heeft het beroep van eiser derhalve niet-ontvankelijk verklaard. Partijen is medegedeeld dat zij binnen zes weken verzet kunnen aantekenen tegen deze uitspraak. De uitspraak is gedaan door rechter P.H.J.G. Römers en griffier H.D. Sebel op 11 augustus 2020 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.