Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
46.256euro, telkens toebehorende aan [slachtoffer 1] of [slachtoffer 3] , door die [slachtoffer 1] meermalen/telkens mondeling te dreigen dat als hij, [slachtoffer 1] , niet telkens zou betalen hij, verdachte, de kinderen en/of het kleinkind van die [slachtoffer 1] zou doden en een oom naar hem, [slachtoffer 1] , zou sturen met Joegoslaven die hem, [slachtoffer 1] en/of zijn familie zouden ombrengen;
het feitdat hij, verdachte, meermalen (grote) geldbedragen had ontvangen door mensen te chanteren en af te persen en door leningen aan te gaan.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het hem tenlastegelegde feit 3;
een gevangenisstraf van 20 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden: