Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit van de burgemeester om zijn woning drie maanden te sluiten wegens de aanwezigheid van een handelshoeveelheid harddrugs. De politie trof op 4 februari 2020 XTC-pillen, vloeistoffen en wit poeder aan die positief testten op MDMA en amfetamine. Verzoeker erkende het bezit maar stelde dat de drugs voor eigen gebruik waren en niet voor handel.
De voorzieningenrechter oordeelde dat hoewel de hoeveelheid drugs de grens van 0,5 gram overschrijdt, verzoeker voldoende twijfel heeft gezaaid over de handelbestemming. Het enkele WhatsApp-bericht en de MMA-melding waren onvoldoende bewijs voor handel vanuit de woning. Ook ontbrak het aan aanwijzingen van overlast of een loop naar de woning.
Het belang van de burgemeester om de woning te sluiten om de openbare orde te beschermen werd afgewogen tegen het belang van verzoeker, die als zelfstandige door de coronacrisis weinig inkomsten had en vreest voor imagoschade en het voortbestaan van zijn bedrijf. De voorzieningenrechter vond het belang van verzoeker zwaarder wegen en schorst het bestreden besluit voor drie weken.
De burgemeester werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van verzoeker. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.