Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de heffingsambtenaar van de gemeente Bergen op Zoom op het bezwaar tegen een beslissing op een verzoek om inzage in persoonsgegevens op grond van de AVG.
De rechtbank stelde vast dat de heffingsambtenaar de beslistermijn had overschreden, ondanks ingebrekestelling en het verstrijken van de maximale termijn voor dwangsommen. De rechtbank stelde de verbeurde dwangsom vast op €1.442,- en legde een aanvullende dwangsom op voor elke dag dat de beslissing verder uitblijft.
De rechtbank bepaalde dat binnen vier weken alsnog een besluit moet worden genomen en veroordeelde de heffingsambtenaar tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser. De uitspraak werd gedaan door rechter P.H.J.G. Römers op 13 augustus 2020.