ECLI:NL:RBZWB:2020:3823
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming Q-koorts aan nabestaande wegens ontbreken chronische Q-koorts diagnose
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming Q-koorts als nabestaande van haar echtgenoot, die was gediagnosticeerd met en overleden aan chronische Q-koorts. De minister heeft deze aanvraag afgewezen omdat de diagnose chronische Q-koorts niet was gesteld, ondanks dat de echtgenoot in 2009 een Q-koortsinfectie had opgelopen. De medische commissie concludeerde dat er geen aanwijzingen waren voor chronische Q-koorts of Q-koortsvermoeidheidssyndroom (QVS).
Eiseres stelde dat de beleidsregel ruimer geïnterpreteerd moest worden en dat ook een indirecte aanwijzing voldoende zou moeten zijn. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht de aanvraag toetste aan artikel 5 van Pro de Beleidsregel, die strikte voorwaarden stelt voor nabestaanden, en dat de minister niet onredelijk terughoudend was in het toepassen van de afwijkingsbevoegdheid uit artikel 4:84 Awb Pro.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit op een juiste wettelijke grondslag is gebaseerd en dat de minister in redelijkheid heeft geoordeeld dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden die een afwijking van de beleidsregel rechtvaardigen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de tegemoetkoming Q-koorts wordt ongegrond verklaard.