Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
Parketnummer 02/241551-19
- (telkens) zich en/of een of meer ander(en) gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen en/of
- (telkens) voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en/of gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had om te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en)
- een (deel van een) loods gelegen aan de [adres 2] te Tilburg ter beschikking gesteld (als opslagruimte voor chemicaliën) en/of
- (een) (grote) hoeveelheid chemicaliën voorhanden gehad, te weten 16 vaten gevuld met in totaal 3.200 liter methylamide (in methanol).
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
- het is een feit van algemene bekendheid dat de regio Zeeland-West-Brabant een enorm probleem heeft op het gebied van drugsproductie en dat daar veel chemische stoffen, opgeslagen in vaten, voor worden gebruikt;
- verdachte heeft het met die wetenschap in zijn achterhoofd toegestaan dat een bekende van hem, die antecedenten heeft op het gebied van het vervaardigen en/of voorhanden hebben van harddrugs, vaten in een door verdachte gebruikte loods op zou slaan, terwijl ook verdachte op datzelfde gebied geen onbeschreven blad is;
- verdachte heeft verder geen verduidelijkingsvragen gesteld terwijl de vaten duidelijk voorzien zijn van doodshoofden, andere waarschuwingen met betrekking tot gezondheidsrisico’s en het woord “toxic”;
- het gaat om vaten waar bij iedere doorsnee burger alle alarmbellen zullen afgaan en dat dat ook het geval was bij de vader van verdachte, zo blijkt uit diens verklaring bij de rechter-commissaris.
Voor hem waren op het moment dat hij de vaten in de loods bracht, op de vaten meerdere waarschuwingstekens zichtbaar die een duidelijke indicatie waren dat het chemische stoffen betrof. Verdachte heeft aangegeven die waarschuwingstekens te hebben gezien maar hij heeft met die informatie vrijwel niets gedaan om zich ervan te vergewissen dat hij niet betrokken was bij illegale zaken. Dit klemt te meer omdat zijn vader bij het afleveren van de vaten uitriep wat verdachte met die rotzooi moest. Deze uitroep in combinatie met de aanduidingen op de etiketten had verdachte nog meer ervan moeten doordringen dat de opslag van dergelijke stoffen niet in zijn loods kon plaatsvinden, omdat zijn loods daarvoor niet geschikt was. Nu [mededader] desondanks heeft gevraagd de vaten op te slaan en daarvoor een ongeloofwaardige reden heeft opgegeven, had verdacht moeten weten dat de inhoud van die vaten niet klopte.
- een ander gelegenheid tot het plegen van dat feit te verschaffen en/of
- stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist, dat die bestemd waren tot het plegen van dat feiten
- een deel van een loods gelegen aan de [adres 2] te Tilburg ter beschikking gesteld als opslagruimte voor chemicaliën en
- een grote hoeveelheid chemicaliën voorhanden gehad, te weten 16 vaten gevuld met in totaal 3.200 liter methylamide (in methanol).
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.Het beslag
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een gevangenisstraf van 24 maanden;