ECLI:NL:RBZWB:2020:3999
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening douchestoel op grond van Wmo 2015
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een douchestoel op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlissingen heeft deze aanvraag afgewezen. Verzoekster heeft vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd om dit besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft beoordeeld of er sprake is van een spoedeisend belang. Verzoekster stelde dat zij binnen vijf minuten rugpijn krijgt van een reguliere douchestoel en dat deze een valrisico oplevert vanwege wiebelen en duizeligheidsaanvallen. Deze stellingen werden echter niet ondersteund door medische verklaringen of deskundigenrapporten in het dossier. Daarnaast ontvangt verzoekster al ondersteuning bij haar persoonlijke verzorging vanuit de Zorgverzekeringswet.
Omdat geen spoedeisend belang is vastgesteld, kan een voorlopige voorziening alleen worden toegekend indien het bestreden besluit evident onrechtmatig is. De voorzieningenrechter oordeelde dat dit niet het geval is. Een ergotherapeut had een reguliere douchestoel passend geacht en verzoekster had geen tegenbewijs geleverd. De aanvraag voor een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen afwijzing douchestoel op grond van Wmo 2015 wordt afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang en geen evident onrechtmatigheid.