Uitspraak
2.De verzoeken
3.De beoordeling
Draagkracht man
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De vrouw verzocht de rechtbank om haar het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toe te wijzen en de man te bevelen deze te verlaten. Zij stelde dat zij met de kinderen in de woning moet kunnen blijven vanwege het ontbreken van alternatieve woonruimte, terwijl de man gemakkelijk elders kan verblijven. De man betwistte de onhoudbaarheid van de situatie en wenste te blijven totdat hij vervangende woonruimte had gevonden.
De rechtbank overwoog dat de woning gemeenschappelijk eigendom is en dat de verstandhouding tussen partijen niet zodanig slecht is dat gezamenlijk verblijf onmogelijk is. De rechtbank wees het verzoek tot uitsluitend gebruik van de woning af, maar verwachtte dat de man zo spoedig mogelijk vervangende woonruimte zal zoeken en de woning zal verlaten. Partijen spraken af dat de man de helft van de woonlasten zal bijdragen zolang hij in de woning verblijft.
De vrouw kreeg de toewijzing van de zorg voor de minderjarige kinderen, hetgeen door de man niet werd bestreden. Partijen kwamen overeen dat de man, zodra hij over vervangende woonruimte beschikt, de kinderen wekelijks op maandag en dinsdag na school tot na het avondeten zal zien. De rechtbank stelde de kinderalimentatie vast op €73 per maand per kind, rekening houdend met de draagkracht van partijen en een zorgkorting die niet werd toegepast vanwege onvoldoende draagkracht. Het verzoek tot partneralimentatie werd afgewezen wegens gebrek aan draagkracht bij de man.
Uitkomst: Verzoek tot uitsluitend gebruik van woning afgewezen; vrouw krijgt zorg voor kinderen en man moet kinderalimentatie betalen.