Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Procesverloop
Overwegingen
Wettelijk kader
Tegemoetkomen
Beroepsmatig verleende rechtsbijstand
Verletkosten
Kosten deskundigen
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV tot beëindiging van de WIA-uitkering van verzoeker2 per 4 november 2018. Het UWV heeft dit besluit op 26 maart 2020 gewijzigd en alsnog een IVA-uitkering toegekend. Hierna trokken verzoekers het beroep in en verzochten het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat het UWV aan verzoekers is tegemoetgekomen en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten. De kosten van de beroepsmatig verleende rechtsbijstand werden vastgesteld op € 2.362,50, de verletkosten van verzoeker2 op € 82,00 en de kosten van deskundigen op € 1.504,21.
De rechtbank matigde de vergoeding van de deskundigenkosten conform het Besluit tarieven in strafzaken 2003. Het griffierecht van € 345,- werd door het UWV reeds vergoed. De totale proceskostenveroordeling bedroeg € 3.948,71.
De uitspraak werd gedaan door rechter T. Peters op 21 augustus 2020 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van € 3.948,71 aan proceskosten aan verzoekers.