ECLI:NL:RBZWB:2020:4045

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 augustus 2020
Publicatiedatum
27 augustus 2020
Zaaknummer
AWB- 20_149 PKV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling UWV in proceskosten na intrekking beroep wegens tegemoetkoming

Verzoekster stelde beroep in tegen het besluit van het UWV van 17 december 2019 waarin haar uitkering op grond van de Ziektewet per 16 augustus 2019 werd beëindigd. Het UWV wijzigde dit besluit op 10 juni 2020 door te erkennen dat verzoekster ten onrechte als geschikt voor arbeid werd beschouwd. Vervolgens trok verzoekster haar beroep in en verzocht om veroordeling van het UWV in de proceskosten.

De rechtbank oordeelde dat het UWV aan verzoekster was tegemoetgekomen door het gewijzigde besluit, waardoor op grond van artikel 8:75a, eerste lid, Awb het UWV in de proceskosten veroordeeld kon worden. Daarnaast werd overwogen dat het griffierecht van €48,- door het UWV vergoed moet worden op grond van artikel 8:41, zevende lid, Awb, zodat een veroordeling daarvoor niet nodig was.

De proceskosten werden vastgesteld op €525,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, gebaseerd op één punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van €525. De rechtbank veroordeelde het UWV tot betaling van dit bedrag aan verzoekster.

Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van €525,- aan proceskosten aan verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 20/149 ZW
uitspraak van 21 augustus 2020 van de enkelvoudige kamer op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen

[naam verzoekster] , te [plaatsnaam] , verzoekster,

gemachtigde: mr. J.L.A.M. van de Sande,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(UWV; kantoor Eindhoven), verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 17 december 2019 (bestreden besluit) van het UWV inzake de hersteldverklaring en beëindiging van haar uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) per 16 augustus 2019.
Bij besluit van 10 juni 2020 heeft het UWV het bestreden besluit gewijzigd. Het UWV stelt dat ten onrechte is besloten dat verzoekster per 16 augustus 2019 weer geschikt wordt geacht voor haar arbeid.
Vervolgens heeft verzoekster het beroep ingetrokken, met het verzoek het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid hierop te reageren.
De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank, indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
2. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het besluit van 10 juni 2020 dat het UWV aan verzoekster is tegemoetgekomen. Hierin ziet de rechtbank aanleiding het UWV te veroordelen in de door verzoekster gemaakte proceskosten.
Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 525,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 525, en wegingsfactor 1).
3. De rechtbank overweegt ten overvloede dat het UWV op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb het griffierecht van € 48,- aan verzoekster dient te vergoeden, zodat een veroordeling daartoe niet nodig is.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 525,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A. de Rooij, griffier, op 21 augustus 2020 en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank.