ECLI:NL:RBZWB:2020:4060

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
25 augustus 2020
Publicatiedatum
28 augustus 2020
Zaaknummer
AWB- 20_25
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen weigering kwijtschelding terugvordering bijstandsuitkering

Eiser ontvangt sinds april 2013 een bijstandsuitkering. Het college heeft in 2014 zijn recht op bijstand over een eerdere periode ingetrokken en een bedrag van €6.019,35 teruggevorderd. Eiser verzocht in 2019 om kwijtschelding van het openstaande saldo, maar dit verzoek werd door het college afgewezen omdat eiser niet voldeed aan de voorwaarden uit de Beleidsregels terugvordering.

Eiser maakte bezwaar tegen het afwijzingsbesluit, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde eiser beroep in bij de rechtbank. Tijdens de zitting gaf eiser aan dat er geen sprake was van fraude en dat hij al meer dan drie jaar terugbetaalde, maar dat hij niet aan de voorwaarde voldeed om 75% van het bedrag terug te betalen vanwege financiële problemen.

De rechtbank oordeelde dat artikel 9 van Pro de Beleidsregels niet van toepassing was omdat er geen geldlening voor duurzame gebruiksgoederen was verstrekt. Artikel 8 was Pro wel van toepassing, maar eiser had niet voldaan aan de vereiste terugbetaaltermijn van vijf jaar en het percentage van 75% terugbetaling. De rechtbank vond de beleidsregels geldig en zag geen reden om hiervan af te wijken. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van kwijtschelding van de terugvordering bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 20/25 PW

uitspraak van 25 augustus 2020 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , wonende te [woonplaats eiser] , eiser,

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda(het college), verweerder.

Waar het in deze zaak om gaat

1. Eiser ontvangt sinds 16 april 2013 een bijstandsuitkering. Bij besluit van 2 april 2014 is eisers recht op bijstand over de periode van 16 april 2013 tot 1 november 2013 ingetrokken. De over die periode teveel betaalde bijstandsuitkering, zijnde € 6.019,35, is van hem teruggevorderd.
Op 30 april 2019 heeft eiser het college verzocht om kwijtschelding van het nog openstaande saldo van de terugvordering.
In het besluit van 13 mei 2019 heeft het college dat verzoek afgewezen. Tegen dat besluit heeft eiser bezwaar gemaakt.
In het besluit van 27 november 2019 heeft het college het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Volgens het college voldoet eiser niet aan de voorwaarden om voor kwijtschelding in aanmerking te komen. Tegen het besluit van 27 november 2019 heeft eiser beroep ingesteld.
Het beroep is besproken op de zitting van de rechtbank op 17 juli 2020. Aanwezig waren eiser en namens het college [vertegenwoordiger college] .

De regels die van toepassing zijn

2. De rechtbank moet de zaak beoordelen aan de hand van de Beleidsregels terugvordering en verhaal Participatiewet, IOAW en IOAZ Breda 2016 (de Beleidsregels).
In artikel 8 onder Pro 1. van de Beleidsregels is, kort weergegeven, bepaald dat het college kan besluiten tot kwijtschelding als de terugvordering niet door fraude is ontstaan en eiser gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan en ten minste 75% van de hoofdsom van de vordering heeft voldaan.
In artikel 9 van Pro de Beleidsregels staat dat de termijn van vijf jaar (zoals genoemd in artikel
8 onder 1.) verkort wordt naar drie jaar, als een geldlening is verstrekt voor duurzame gebruiksgoederen en de vordering niet is ontstaan ten gevolge van fraude.

Het standpunt van eiser

3. Eiser voert aan dat er geen sprake is van fraude, bovendien heeft hij al meer dan drie jaar terugbetaald. De voorwaarde dat 75% van de terugvordering terugbetaald moet zijn, mag volgens hem niet worden gesteld. Die is ook onredelijk vanwege zijn financiële problemen. Hij moest naar Indonesië voor de begrafenis van zijn vader, dat kostte veel geld. Eiser wil bovendien graag een rijbewijs halen om meer kans te maken op de arbeidsmarkt.

Wat de rechtbank van deze zaak vindt

4. De rechtbank is het met eiser eens dat de Beleidsregels ingewikkeld en lastig te lezen zijn. Het college heeft de artikelen zelf ook door elkaar gehaald in de besluitvorming. Op de zitting heeft de rechtbank daarom aan eiser uitgelegd dat artikel 9 van Pro de Beleidsregels hier niet van toepassing is, omdat eiser geen geldlening heeft gekregen voor duurzame gebruiksgoederen. Artikel 8 van Pro de Beleidsregels is wel van toepassing. Maar eiser heeft niet voldaan aan de voorwaarden die daarin zijn genoemd, omdat hij nog geen vijf jaar heeft terugbetaald aan het college. Ook heeft hij nog niet 75% van het teruggevorderde bedrag terugbetaald. Eiser vindt die voorwaarde niet terecht, maar de rechtbank kan die voorwaarde niet veranderen en die is daarom geldig. Op 13 mei 2019 stond van het oorspronkelijke bedrag van € 6.019,35 nog € 3.590,38 open. Dat is nog geen 75%. Eiser komt volgens de Beleidsregels dus niet in aanmerking voor kwijtschelding. De overige omstandigheden die eiser heeft genoemd, vormen geen reden om van die Beleidsregels af te wijken. De rechtbank vindt dan ook dat het college een juist besluit heeft genomen. Het beroep is daarom ongegrond. Er is geen reden voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Sierkstra, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.J.J. Sterks, griffier, op 25 augustus 2020 en is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Als u het niet eens bent met deze uitspraak

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.