Eiseres, werkzaam als eerst verantwoordelijke zorg bij een zorgstichting, viel uit door nekklachten na een incident op het werk. Het UWV kende haar een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%, geldig tot 14 oktober 2020. De ex-werkgever maakte bezwaar en stelde dat eiseres ten onrechte niet als volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was aangemerkt. Het UWV stelde vervolgens de arbeidsongeschiktheid vast op 29,67%, waardoor de uitkering werd ingetrokken per 15 oktober 2020.
De rechtbank beoordeelde de medische rapportages van verzekeringsarts Herweijer en arts bezwaar en beroep Hermans. Herweijer stelde beperkingen vast in diverse fysieke en sociale functies, terwijl Hermans veel beperkingen betwistte en een hogere belastbaarheid aannam. Eiseres bracht een aanvullend medisch rapport in van arts Ceelen, die beperkingen voor toetsenbord- en muisgebruik en andere aspecten onderbouwde.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek door het UWV onvoldoende zorgvuldig was, vooral omdat de arts b&b de beperkingen niet juist had vastgesteld. De rapporten van Ceelen, Herweijer en bedrijfsarts Matthijsse kregen meer gewicht. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en het UWV opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met een aangepaste Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en een nieuwe arbeidsdeskundige beoordeling.
De rechtbank veroordeelde het UWV tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van in totaal € 1.983,48 aan eiseres. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.