ECLI:NL:RBZWB:2020:4096
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering vanwege onvoldoende arbeidsongeschiktheid bevestigd
Eiseres, voormalig medewerkster vleeswaren, kreeg een WIA-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling stelde het UWV vast dat haar arbeidsongeschiktheid was gedaald tot onder de 35%, waarna de uitkering werd beëindigd. Eiseres voerde aan dat haar beperkingen groter waren dan vastgesteld, onderbouwd met medische rapporten, waaronder een diagnose van polymyalgia reumatica (PMR) en artrose.
De verzekeringsartsen van het UWV baseerden hun beoordeling op een zorgvuldig opgebouwd medisch dossier en concludeerden dat de beperkingen niet zodanig waren toegenomen dat een hogere mate van arbeidsongeschiktheid gerechtvaardigd was. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de door eiseres aangevoerde klachten geen aanleiding gaven tot een herziening van de vastgestelde belastbaarheid.
De arbeidsdeskundige van het UWV stelde dat eiseres de werkzaamheden van drie passende functies kon verrichten, wat door de rechtbank werd bevestigd. Op basis hiervan werd de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 5,29%, onvoldoende voor recht op WIA-uitkering. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de beëindiging van haar WIA-uitkering is ongegrond verklaard omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt.