Eiser, een voormalig zelfstandige rijschoolhouder, is sinds februari 2017 arbeidsongeschikt vanwege fysieke en psychische klachten. Het UWV kende hem per 1 februari 2019 een WIA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 56,18%. Eiser maakte bezwaar tegen deze vaststelling, stellende dat het UWV onvoldoende rekening hield met aanvullende medische informatie en weigert relevante gegevens van zijn huisarts en reumatoloog op te vragen.
De rechtbank oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd op basis van rapportages van verzekeringsartsen die rekening hielden met alle klachten, waaronder psychische en cardiologische problemen. De Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 22 januari 2019 weerspiegelt de beperkingen adequaat. De door eiser aangevoerde schema’s en aanvullende medische informatie leiden niet tot een ander oordeel.
Ook de door het UWV geselecteerde passende functies voor de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid zijn medisch passend. De rechtbank ziet geen reden om de vastgestelde mate van 56,18% te betwisten. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.