Eiseres was werkzaam als keukenassistente en viel uit wegens psychische klachten. Het UWV kende haar een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 100%, maar na bezwaar van haar ex-werkgever stelde het UWV dit bij tot 41,42%.
De rechtbank beoordeelde de medische rapportages van verzekeringsarts en arts bezwaar en beroep, die concludeerden dat eiseres gemiddeld 4 uur per dag passende arbeid kan verrichten. Eiseres voerde aan dat zij vanwege psychische en fysieke klachten niet in staat is te werken, maar leverde geen nieuwe medische stukken.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst niet waren onderschat. Ook achtte zij de door het UWV gekozen functies passend voor de berekening van de arbeidsongeschiktheid.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht op 41,42% is vastgesteld, waardoor eiseres recht heeft op een loongerelateerde WGA-uitkering tot 28 oktober 2020.