ECLI:NL:RBZWB:2020:4270
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens onvoldoende bewijs ernstig psychisch letsel
Eiser deed op 23 januari 2019 een aanvraag voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven na een mishandeling op 27 december 2018. Hij stelde psychisch letsel te hebben opgelopen en was in behandeling bij de GGz. Verweerder wees de aanvraag af wegens onvoldoende bewijs van ernstig lichamelijk of psychisch letsel. Eiser maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelt dat verweerder het bezwaar niet deugdelijk heeft gemotiveerd, waardoor het bestreden besluit wordt vernietigd.
De rechtbank beoordeelt vervolgens of de nieuwe motivering uit het verweerschrift standhoudt. Hoewel eiser al psychische klachten had en mogelijk een verergering door de mishandeling heeft ondergaan, is dit niet voldoende onderbouwd met medische stukken. De brief van de GGz toont geen verergering aan en de behandeling na de mishandeling is pas een jaar later gestart. Daarom is niet aannemelijk dat eiser ernstig psychisch letsel door de mishandeling heeft opgelopen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit, maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten. De rechtbank benadrukt het belang van een deugdelijke motivering en voldoende objectieve medische informatie bij beoordeling van uitkeringsaanvragen uit het Schadefonds.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.