ECLI:NL:RBZWB:2020:4340
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen aanleg tijdelijke weg zonder omgevingsvergunning
Verzoekster maakte bezwaar tegen een brief van het college waarin werd medegedeeld dat een tijdelijke ontsluitingsweg achter haar woning zou worden aangelegd en tegen een e-mail waarin werd gesteld dat hiervoor geen omgevingsvergunning vereist is. Zij vreesde overlast en verstoring van haar nachtrust door het verkeer op de tijdelijke weg en verzocht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening te treffen om het gebruik van de weg te verbieden totdat op haar bezwaar was beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de brief van 12 augustus 2020 geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro is, omdat deze slechts informatief is en niet gericht op rechtsgevolg. Ook de e-mail van 19 augustus 2020, waarin het college meedeelde dat geen omgevingsvergunning nodig is, is geen besluit omdat het een bestuurlijk rechtsoordeel betreft dat niet onredelijk bezwarend is voor verzoekster.
Daarmee ontbrak het vereiste van formele connexiteit, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening niet ontvankelijk was. De voorzieningenrechter wees het verzoek daarom af en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het gebruik van de tijdelijke ontsluitingsweg is afgewezen wegens het ontbreken van een besluit in de zin van de Awb.