Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zundert op hun bezwaarschrift. Het primaire besluit van het college dateert van 28 november 2019, waartegen eisers op 4 december 2019 bezwaar maakten. De beslistermijn voor het college liep oorspronkelijk tot 2 april 2020, maar werd wegens overmacht door COVID-19 van 16 maart tot 28 april 2020 opgeschort, waardoor de termijn verlengd werd tot 18 mei 2020.
Het college heeft na deze termijn geen besluit genomen en ook geen schriftelijke aanzegging gestuurd over verdere opschorting of verlenging. Eisers stelden het college op 19 mei 2020 in gebreke. Na het verstrijken van meer dan twee weken na ingebrekestelling, dienden eisers op 15 juni 2020 beroep in tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank constateert dat het beroep kennelijk gegrond is, omdat het college nog geen beslissing heeft genomen en er voldoende tijd was om een hoorzitting te organiseren en een besluit te nemen.
De rechtbank beveelt het college binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom van € 100,- per dag op bij overschrijding, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast wordt het college veroordeeld in de proceskosten van eisers en dient het betaalde griffierecht te worden vergoed.