Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
heeft geredenop Nederlands grondgebied, en
is afgereden,
het voertuig heeft bestuurdna het gebruik van alcohol,
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het onder 1 primair ten laste gelegde feit;
een jeugddetentie van 15 (vijftien) dagen;
een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 6 (zes) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 1 (een) jaar;
10.Bijlage I
De tenlastelegging
11.Bijlage II
De bewijsmiddelen
Op woensdag 28 juni 2017, omstreeks 04.15 uur, kregen wij [hoofdagenten van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant] (..). Hier was de Belgische politie bezig met een achtervolging van een voertuig. (..) Hiermee wilde ik de weg middels ons dienstvoertuig grotendeels afsluiten om een barrière te vormen voor het naderende vluchtende voertuig en tevens goed mobiel blijven. Zoals ons dienstvoertuig stond opgesteld kon dit niet door het aankomende voertuig over de weg gepasseerd worden. Ter plaatse is de weg ongeveer 2,5 meter breed, het is een polderweg waarop twee voertuigen elkaar net kunnen passeren. De berm is over een breedte van ongeveer een halve meter verhard met zogenaamde "doorgroeistenen" (zij bijgevoegde foto). Ter plaatse was geen straatverlichting of overige verlichting aanwezig en het was er donker. (..) Ik, verbalisant [slachtoffer] , opende mijn portier en liet het portier openstaan om zo een groter gedeelte van de weg af te sluiten. Ik stapte links (bestuurderszijde) naast het portier en deed een stap naar voren en keek in de richting van het naderende voertuig. Ik schat dat het voertuig ongeveer 100 meter van mij verwijderd was. Ik zag dat het voertuig in mijn richting bleef doorrijden. (..) Op het allerlaatste moment, toen het voertuig nog ongeveer 20 meter van mij vandaan was, kreeg ik door dat het voertuig niet ging stoppen. Ik schat dat de snelheid van dat voertuig nog ongeveer 50 km/u bedroeg. Ik begon achteruit te lopen en bleef richting het naderende voertuig kijken. (..) Ik zag het voertuig recht op mij afkomen (..)Ik rende achteruit naar de achterzijde van ons dienstvoertuig omdat ik zag dat de bestuurder toch bleef doorrijden. Ik deed dat om dekking te zoeken en niet aangereden te worden. Ik zag het voertuig mij op een haar na voorbij razen met ongeveer dezelfde snelheid van ongeveer 40-50 km/uur.
Gezien het feit dat de afstand tussen de twee plaatsnaamborden 6,7 meter bedroeg en het feit dat de politieauto 2,2 meter breed is, kan gesteld worden dat de
Eerst zag ik dat de agent aan de bijrijderskant uitstapte. [verdachte] stuurde toen naar rechts. Ik zag dat de agent die achter het stuur zat ook zijn portier opende en uitstapte. [verdachte] reed gewoon door. Ik zag dat deze agent naar achteren moest rennen. Hij moest rennen voor zijn leven.
V: De Nederlandse agent, die jij als A hebt gemarkeerd, die geeft in zijn