Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft de vaststelling van de WOZ-waarde van een perceel grond waarop een windturbine is geplaatst. Belanghebbende betwistte de door de heffingsambtenaar vastgestelde waarde van de grond, waarbij de waarde van de windturbine zelf niet werd betwist.
De heffingsambtenaar gebruikte de methode van de gecorrigeerde vervangingswaarde en sloot voor de grondwaarde aan bij de retributies die worden betaald voor het recht van opstal van vergelijkbare windturbines in de omgeving. Belanghebbende stelde dat andere grondprijzen, zoals die uit een ECN-rapport of uit andere gemeenten, als uitgangspunt moesten dienen.
De rechtbank oordeelde dat er geen verkoopprijzen van grond met de bestemming windturbine beschikbaar zijn, waardoor aansluiting bij retributies een goede indicatie vormt van de economische waarde. De door belanghebbende aangevoerde alternatieven boden geen reële indicatie van de waarde. De rechtbank stelde vast dat de gehanteerde kapitalisatiefactor en de retributie per megawatt redelijk zijn en dat de vastgestelde grondwaarde niet te hoog is.
Daarmee is de WOZ-waarde van de onroerende zaak, inclusief de grond en de windturbine, niet te hoog vastgesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de grond met windturbine wordt ongegrond verklaard.