Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
en/of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen goederen, toebehorende aan anderen dan aan verdachte en zijn mededader
(s), te weten:
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
een gevangenisstraf van 42 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
bijzondere voorwaarden:
- verdachte heeft de inspanningsverplichting om mee te werken aan begeleiding gericht op dagbesteding en het volgen van een opleiding, vrijwillig/passend werk of andere soorten dagactiviteiten;
- verdachte heeft de inspanningsverplichting om een inkomen te verkrijgen;
- verdachte heeft de inspanningsverplichting om zijn schulden af te lossen;
- verdachte heeft de inspanningsverplichting om stabiele huisvesting te vinden;
.
[medeverdachte 2].
[medeverdachte 2]. Ik herken haar van de ronde vorm van haar hoofd, haar brede jukbeenderen en haar mond. Ik herken haar als zijnde dezelfde persoon die ik op afbeeldingen van camerabeelden bij andere feiten heb gezien.
[medeverdachte 1]. Ik herken haar omdat ik in een ander onderzoek naar een zware mishandeling en openlijke geweldpleging, genaamd Biathlon als rechercheur betrokken was.
[medeverdachte 2]. Ik herken haar aan de ronde vorm van haar hoofd en haar postuur. Ik zie dat ze onder de zwarte jas een beige vest draagt. Dit vest draagt zij ook bij de feiten 2, 3 en 4 en heeft zij aan bij haar aanhouding op 7 februari 2019. Op de beelden van de geldautomaat van de [naam 28] bij de [naam 31] van 14-11-2018 te 13.06 uur zie ik dat
[medeverdachte 2]in de winkel staat. Ik herken haar aan haar postuur, houding en de vorm van haar hoofd. Ik zie dat ze een zwarte muts op heeft een beige vest draagt en een grijze broek met een vale plek boven haar linkerknie. Ik zie dat ze een grijze schouder/handtas in haar handen heeft, soortgelijk aan de tas, die ze ook bij andere feiten bij zich heeft.
:Ik heb geld (ntv)
[verdachte]meekijkt tijdens het pinnen van aangever. [verdachte] is samen met een onbekende vrouw in de supermarkt. Zij staat achter aangever in de rij voor de kassa.
[medeverdachte 1] ,de kassière afleidt terwijl de man achter haar die ik herken als zijnde
[verdachte], de pincode afkijkt bij de man, die in het rood gekleed is en in een rolstoel zit.
[medeverdachte 2](NB: de rechtbank gaat hierbij uit van een kennelijke verschrijving nu duidelijk is dat [medeverdachte 2] wordt bedoeld, mede gelet op het relaas-pv (p.46) waarin wel over [medeverdachte 2] wordt gesproken.)een pintransactie uitvoert. Ik herken haar aan de ronde vorm van haar hoofd en met name haar ronde jukbeenderen. Ik zie dat ze een zwarte muts draagt met een beige bol. Ik zie dat ze een zwarte jas draagt met een zwarte bontkraag. Ik zie dat ze een grijze handtas draagt en witte sportschoenen. Ik, verbalisant [verbalisant 1] , zie dat de jas, de muts, de tas en de witte sportschoenen soortgelijk zijn als de kleding die ze draagt bij feit 6.
[medeverdachte 2]op de camerabeelden (van de [naam 27] en de [naam 31] ) bij feit 8 een beige jas draagt en een zwarte pet met parels. Ik herken haar aan de vorm van haar gezicht. Ik zie dat zij een soortgelijke jas draagt als die zij droeg toen ze werd herkend bij de observatie-actie op 23-11-2018.
[verdachte]komt de winkel binnen en gaat kort achter aangeefster staan, waardoor hij waarschijnlijk haar pincode kan zien. In de rij van de kassa staat een vrouw achter aangeefster die vermoedelijk bij [verdachte] hoort. Op de beelden is te zien dat zij een mobiele telefoon tegen haar oor houdt en kort daarop komt [verdachte] binnen.
[verdachte]meekijkt tijdens het pinnen van aangeefster. Achter aangeefster staat een vrouw in de rij bij de kassa. Zij is aan het bellen met een mobiele telefoon.
[verdachte]en [naam 9] de [naam 27] binnenkomen en naar de pinautomaat lopen. [verdachte] staat bij de automaat en stopt een oranje pasje in de automaat. Vervolgens voert hij meerdere handelingen uit aan de pinautomaat. Nadat [verdachte] een wit papiertje (bon) uit de automaat haalt, loopt hij naar de automaat ernaast. In deze automaat stopt hij ook een oranje pasje, voert handelingen uit en haalt vervolgens met beide handen iets uit de automaat en stopt het in zijn linker broekzak. Vervolgens komt er een wit papiertje uit de automaat. [verdachte] pakt deze en loopt samen met de Nnvrouw weg van de automaten.
[medeverdachte 3]: ik herken haar hier aan de vorm van haar gezicht, haar neus en onderkin.
.De woning van aangeefster te Nijmegen valt binnen het bereik van deze mast.
[medeverdachte 2]op de camerabeelden een wit vest aan heeft, waarbij op de armen een rood met zwarte bies. Ik zie dat zij over haar rechterschouder een tas draag met een wit schouderhengsel.
[medeverdachte 2]een zonnebril draagt in de kleur blauw, dat ze een zwarte tas met witte hengsels over haar schouder draagt. Ik zie dat ze witte parel oorbellen in haar oren draagt. Ik herken haar aan haar postuur en de vorm van haar hoofd en blonde haren met uitgroei.
[medeverdachte 3]een opvallende moedervlek/pukkel heeft die zich, rechtsvoor op haar kin bevindt.