ECLI:NL:RBZWB:2020:4702
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Weerkamp
- Rechtspraak.nl
Klacht ongegrond verklaard over depotmedicatie bij verplichte geestelijke gezondheidszorg
Verzoeker, onder verplichte geestelijke gezondheidszorg, klaagde over het toedienen van depotmedicatie die hij op 25 juli 2020 kreeg en daarna om de veertien dagen werd herhaald. Hij stelde dat dit in strijd was met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit en dat minder ingrijpende alternatieven, zoals orale medicatie, passend waren.
De rechtbank nam kennis van het verzoekschrift, het verweerschrift en de mondelinge behandeling. Verzoeker werd sinds maart 2020 onder verplichte zorg behandeld en kreeg op 20 juli 2020 een beslissing tot verplichte medicatie. Na weigering van orale medicatie op 23 en 24 juli 2020 werd depotmedicatie toegediend. Verzoeker was inmiddels weer ambulant en het depot zou op 1 oktober 2020 worden omgezet naar orale medicatie.
De rechtbank oordeelde dat de beslissing tot depotmedicatie proportioneel was vanwege het ernstige nadeel en het risico op terugval bij weigering van medicatie. Subsidiariteit was gewaarborgd omdat minder ingrijpende alternatieven niet effectief waren gebleken. Doelmatigheid was aanwezig omdat de medicatie verbetering bracht. De klacht werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De klacht tegen het toedienen van depotmedicatie is ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding is afgewezen.