ECLI:NL:RBZWB:2020:4827
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV in proceskosten na intrekking beroep WIA-uitkering
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV over de toekenning van een loongerelateerde WGA-uitkering op grond van de WIA. Tijdens de procedure stelde de rechtbank vast dat het besluit van het UWV een motiveringsgebrek vertoonde en gaf het UWV de gelegenheid dit te herstellen.
Het UWV wijzigde vervolgens het besluit en kende verzoeker een IVA-uitkering toe met ingang van 7 mei 2018. Hierop trok verzoeker het beroep in en verzocht de rechtbank het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat het UWV aan verzoeker was tegemoetgekomen en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, zijnde € 9,80 aan reis- en verblijfkosten, en tot vergoeding van het griffierecht van € 46,-. Andere opgevoerde verschotten werden niet toegewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De uitspraak werd gedaan door rechter R.A. Karsten-Badal en griffier H.D. Sebel op 8 oktober 2020.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van € 9,80 aan proceskosten en het griffierecht van € 46,- aan verzoeker.