Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- het proces-verbaal van de zitting van de wrakingskamer, locatie Middelburg, van 15 september 2020;
- het verzoek tot wraking van 21 september 2020;
- de reacties per e-mail van de gewraakte rechters van 28 en 29 september 2020;
- het e-mailbericht, met bijlage, van verzoekster van 29 september 2020;
- de processtukken zoals opgenomen in het dossier van de meervoudige wrakingskamer, locatie Middelburg;
- de behandeling van het verzoek door de wrakingskamer, locatie Breda, ter digitale (Skype-for-business) zitting van 9 oktober 2020, waaraan deelnamen: [naam verzoeker] en twee van de gewraakte rechters, mr. [voorletters 1] de Jager en mr. [voorletters 2] . van der Lende-Mulder Smit.
2.Het verzoek
3.Feiten
4.Het standpunt van verzoekers
5.Het standpunt van de rechters
- de voorzitter van de wrakingskamer, locatie Middelburg, de mondelinge behandeling zorgvuldig heeft geleid, waarbij alle aanwezigen de gelegenheid hebben gekregen om hun standpunten toe te lichten en waarbij de voorzitter vragen heeft gesteld en heeft doorgevraagd als iets onduidelijk of onderbelicht was;
- de voorzitter van de wrakingskamer, locatie Middelburg, iets heeft gezegd in de trant van
- de tweede opmerking slechts een zekere gelatenheid van de voorzitter van de wrakingskamer, locatie Middelburg, indiceert nadat [naam verzoeker] veelvuldig had herhaald geen enkel vertrouwen te hebben in welke rechter dan ook van de rechtbank Zeeland-West-Brabant.
6.De beoordeling
7.Beslissing
- wijst het verzoek tot wraking af;
- bepaalt dat de behandeling van de zaak met zaaknummer 02/376307 HA RK 20/186 zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de indiening van het verzoek;
- bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking van de rechter(s) in de zaken met zaaknummers 02/376307 HA RK 20/186 en/of 02/374482 JE RK 20/1353 niet meer in behandeling zal worden genomen.