Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
- een hakmes en/of
- een vleesmes
(alle) bestemd tot het begaan van dat misdrijf, voorhanden heeft gehad.
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partijen
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het onder feit 3 ten laste gelegde feit;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
- verklaart verdachte strafbaar;
een taakstraf van 240 uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
120 dagen;
een gevangenisstraf van 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
- [naam 1] , geboren op [geboortedag naam 1] 1994 en wonende te Moergestel aan de [adres 2] ,
- [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedag slachtoffer 1] 1965 en wonende te Moergestel aan de [adres 3] ,
zo lang het openbaar Ministerie dit noodzakelijk acht (de politie ziet toe op handhaving van dit contactverbod);
benadeelde partij [slachtoffer 1]van
€ 971,21, waarvan € 471,21 ter zake van materiële schade en € 500,00 ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente de berekenen vanaf
31 januari 2019 tot de dag der algehele voldoening;
benadeelde partij [slachtoffer 3]van € 850,00 ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente de berekenen vanaf 31 januari 2019 tot de dag der algehele voldoening;
benadeelde partij [slachtoffer 2]van € 850,00 ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente de berekenen vanaf 31 januari 2019 tot de dag der algehele voldoening;
5 februari 2020.