ECLI:NL:RBZWB:2020:4961
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering studentenreisproduct wegens niet tijdig stopzetten
Eiser volgde sinds 1 september 2016 een HBO-opleiding en ontving een studentenreisproduct. Vanaf 1 september 2018 stond hij niet langer ingeschreven als voltijdstudent, waardoor hij het reisproduct uiterlijk de vijfde werkdag van september 2018 had moeten stopzetten. Dit gebeurde pas op 26 november 2018, waardoor DUO een bedrag van € 582,- terugvordert.
Eiser voerde aan dat zijn ernstige hartaandoening en ziekenhuisopname in november 2018 hem belemmerden het reisproduct tijdig stop te zetten. De medisch adviseur stelde echter dat eiser in september en oktober fysiek in staat was om het stopzetten te regelen, en in november wel iemand daartoe had kunnen opdracht geven.
De rechtbank oordeelt dat de gezondheidstoestand van eiser geen overmacht oplevert en dat DUO terecht de terugvordering heeft gedaan. Het feit dat eiser het reisproduct niet daadwerkelijk gebruikte, doet hier niet aan af. Ook is geen sprake van bijzondere omstandigheden voor toepassing van de hardheidsclausule. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de terugvordering van € 582,- wegens niet tijdig stopzetten van het studentenreisproduct wordt ongegrond verklaard.