Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Laurentius,
[eiseres sub 2],
[eiseres sub 3],
[eiseres sub 4],
[eiseres sub 5],
[eiseres sub 6],
[eiseres sub 7],
[eiseres sub 8],
[eiseres sub 9],
[eiser sub 10]
[eiser sub 11],
12.[eiseres sub 12] ,
[naam bewindvoering], in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van
[naam]en
[naam],
1.[naam gedaagde 1] ,
[naam gedaagde 2],
1.Het verloop van het geding
2.Het geschil
3.De beoordeling
“Huurder gebruikt en onderhoudt het gehuurde zoals het een goed huurder betaamt.”In artikel 8.10 is voorts bepaald:
“Huurder is verplicht er zorg voor te dragen dat aan omwonenden geen overlast of hinder wordt veroorzaakt door huurder, huisgenoten, huisdieren en/of derden die zich vanwege huurder in, rondom of in de directe nabijheid van het gehuurde en/of in de gemeenschappelijke ruimten bevinden.”;
“(…) Daarnaast ontvangt cliënte vanaf oktober vorig jaar bij voortduring klachten over ernstige overlast over u van meerdere omwonenden. Daarbij gaat het onder meer om vervuiling (grote hoeveelheden afval in uw tuin en het over de schutting gooien van spullen), geruzie, geschreeuw, muziek, herrie afkomstig van uw (verwaarloosde) dieren etcetera. Op 20 februari 2020 en 18 juni 2020 hebben er met u gesprekken plaatsgevonden over deze door u veroorzaakte ernstige overlast. Bij brieven d.d. 4 maart 2020 en 26 juni 2020 bent u reeds hierover aangeschreven. U heeft tot 1 augustus 2020 de tijd gekregen om aan de overlast een einde te maken. Dat is niet gebeurd.
€ 633,00