ECLI:NL:RBZWB:2020:4976
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen afwijzing Wob-verzoek inzake bouwdossier en vergunning erfafscheiding
Eiser verzocht het college op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om openbaarmaking van alle stukken uit het bouwdossier en het dossier met betrekking tot de bouw van een erfafscheidingsmuur. Het college wees het verzoek af voor zover het betrekking had op een omgevingsvergunning voor de erfafscheiding, omdat deze vergunning niet zou zijn verleend en er geen stukken aanwezig waren.
Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde eiser beroep in bij de rechtbank. De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk was en ging inhoudelijk in op de vraag of het college terecht het verzoek deels had afgewezen.
De rechtbank stelde vast dat het college na onderzoek geen stukken kon vinden die duiden op de verleende vergunning en dat deze stelling niet ongeloofwaardig was, ook niet gezien het verlies van documenten door verhuizing. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat het college wel over de gevraagde stukken beschikte. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om het Wob-verzoek deels af te wijzen wordt ongegrond verklaard.