Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
dit feit is subsidiair ten laste gelegd als een poging zware mishandeling;
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
dietoebehoorde aan [Naam 6] , heeft weggenomen met het oogmerk om
dezezich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader die weg te nemen
dieaan [Naam 6] toebehoorde, heeft beschadigd;
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partijen
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de onder 4 primair en subsidiair en 7 primair ten laste gelegde feiten;
weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking, en
aan een ander toebehoort beschadigen;
feit 7 subsidiair:Poging tot zware mishandeling;
een jeugddetentie van 230 (tweehonderddertig) dagen, waarvan 90 (negentig) dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
een werkstraf van 60 (zestig) uren;
vervangende jeugddetentiezal worden toegepast van
30 (dertig) dagen;
een leerstraf, te weten Training Agressie Controle Plus
vervangende jeugddetentiezal worden toegepast van
17 (zeventien) dagen;
10.Bijlage I
en/of te steken/snijden (met een mes);