Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beslissing
de officier van justitie niet ontvankelijk in de vervolgingvan verdachte;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 24 juli 2018 werd verdachte samen met twee anderen aangehouden in Aardenburg met ongeveer 300 gram cocaïne in een auto. De strafzaken tegen de twee medeverdachten werden in mei 2020 geseponeerd vanwege tijdsverloop, terwijl verdachte wel werd vervolgd.
De officier van justitie kon niet aangeven op welke beleidsregel het sepot tegen de medeverdachten was gebaseerd. De politierechter oordeelde dat het gelijkheidsbeginsel niet was geschonden in brede zin, maar dat in deze specifieke zaak sprake was van rechtens relevante gelijke gevallen, waardoor de vervolging van verdachte in strijd was met het gelijkheidsbeginsel.
Omdat de officier van justitie zelf aangaf ten onrechte te hebben gedagvaard, en de rechter terughoudendheid betracht bij toetsing van vervolgingsbeslissingen, werd de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van verdachte. Dit vonnis werd uitgesproken op 3 november 2020 door politierechter J.C. Gillesse.
Uitkomst: De officier van justitie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van verdachte wegens strijd met het gelijkheidsbeginsel.