Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[naam verzoeker], wonende te [woonplaats verzoeker], verzoeker,
Procesverloop
2 oktober 2020 echter ambtshalve herroepen.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit van het CBR om zijn rijbewijs ongeldig te verklaren en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Voordat de zitting plaatsvond, verklaarde het CBR het bezwaar kennelijk ongegrond, maar herroept het ambtshalve het besluit. Verzoeker trok daarop het verzoek om voorlopige voorziening in.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek om proceskostenveroordeling. Volgens artikel 8:75a Awb kan een bestuursorgaan in de proceskosten worden veroordeeld indien de verzoeker bij intrekking van het verzoek om voorlopige voorziening hierom verzoekt en het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen.
Verzoeker diende de intrekking in zonder gelijktijdig een proceskostenveroordeling te vragen. Pas later werd alsnog een verzoek om proceskostenveroordeling ingediend, maar dit voldeed niet aan de wettelijke vereisten. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen wegens niet-tijdige indiening.