ECLI:NL:RBZWB:2020:5402
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek intrekking bijstandsuitkering wegens vermogen
Eiser ontving sinds 2013 een bijstandsuitkering die in 2015 werd ingetrokken wegens het niet melden van bezit van onroerend goed in Turkije. Het college vorderde de teveel ontvangen bijstand terug. Eiser verzocht in 2018 om herziening van dit intrekkingsbesluit, stellende dat nieuwe feiten, waaronder een hypotheekschuld in Nederland, niet waren meegenomen.
De rechtbank beoordeelde of het college het herzieningsverzoek terecht heeft afgewezen. Het college had rekening gehouden met het negatieve vermogen van de woning in Nederland, maar concludeerde dat het totale vermogen van eiser nog steeds boven de vrijstellingsgrens lag. Eiser bracht in de procedure een taxatierapport in dat een lager vermogen in Turkije aangaf, maar de rechtbank achtte dit geen nieuw feit.
De rechtbank oordeelde dat het college in redelijkheid het verzoek tot herziening kon afwijzen omdat het nieuwe feit van het negatieve vermogen niet tot een andere beslissing zou leiden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het afwijzen van het herzieningsverzoek op het intrekkingsbesluit bijstand is ongegrond verklaard.