Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- het proces-verbaal van de zitting van 13 oktober 2020 van de politierechter van het team strafrecht van deze rechtbank in de hierna te noemen zaak (hierna: de hoofdzaak), tijdens welke zitting het verzoek tot wraking is gedaan;
- de processtukken zoals opgenomen in het dossier van de rechtbank in de hoofdzaak;
- de behandeling van het wrakingsverzoek door de wrakingskamer ter zitting van 30 oktober 2020, waarbij aanwezig waren: verzoeker, zijn advocaat en de gewraakte rechter. De officier van justitie en de advocaat van de benadeelde partij zijn, zonder bericht aan de rechtbank, niet verschenen.
2.Het verzoek
3.Feiten
4.Het standpunt van verzoeker
- de rechter voorbij is gegaan aan het feit dat de klacht (van de ex-vrouw van verzoeker) te laat is ingediend;
- geen onderzoek is gedaan naar de leugenachtige verklaringen van de ex-vrouw van verzoeker en dat de rechter daarover geen vragen heeft gesteld aan de officier van justitie;
- de rechter verzoeker heeft onderbroken in zijn verhaal;
- de rechter verzoeker niet heeft laten verwijzen naar jurisprudentie.
5.Het standpunt van de rechter
- hetgeen ter zitting is voorgevallen is verwoord in het proces-verbaal van de zitting van 13 oktober 2020;
- het klopt dat de e-mailberichten van verzoeker ter zitting zijn besproken;
- er inderdaad een heel dik pak papier was ingediend;
- de advocaat van verzoeker geen preliminair verweer heeft gevoerd met betrekking tot de tijdigheid van de klacht en de rechter die tijdigheid eventueel op een later moment aan de orde wilde stellen.
6.De beoordeling
7.Beslissing
- wijst het verzoek tot wraking af;
- bepaalt dat de behandeling van de zaak met parketnummer: 02/251400-19 zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens de indiening van dit verzoek.