Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[verzoekster], wonende [woonplaats], verzoekster,
Procesverloop
Overwegingen
De verlengde beslistermijn was ten tijde van de indiening van de ingebrekestelling op
11 februari 2020 nog niet verstreken.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verzoekster diende een Gezondheidsverklaring in bij het CBR met het verzoek tot verlenging van haar rijbewijs. Het CBR bevestigde ontvangst en verwees haar voor medisch onderzoek. Vervolgens informeerde het CBR haar dat 75-plussers tijdelijk mochten blijven rijden met een verlopen rijbewijs.
Verzoekster stelde het CBR in gebreke wegens het uitblijven van een beslissing en startte een beroepsprocedure met het verzoek om een dwangsom. Later trok zij het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding voor de aangetekende ingebrekestelling.
De rechtbank oordeelde dat de ingebrekestelling te vroeg was ingediend omdat de verlengde beslistermijn op dat moment nog niet was verstreken. Hierdoor was het CBR niet in verzuim en was er geen grond voor proceskostenveroordeling. Het verzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat de ingebrekestelling te vroeg was ingediend en het CBR niet in verzuim was.