ECLI:NL:RBZWB:2020:5521
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid voor arbeid en recht op Ziektewetuitkering na medische herbeoordeling
Eiser, een 48-jarige man die als procesoperator werkte, viel uit wegens rugklachten en kreeg aanvankelijk een Ziektewetuitkering toegekend. Na een herbeoordeling door het UWV op 15 oktober 2019 werd hij geschikt bevonden voor arbeid, waarna zijn uitkering werd beëindigd. Eiser maakte bezwaar en stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn klachten onvoldoende werden meegewogen.
De rechtbank oordeelt dat het UWV een zorgvuldig medisch onderzoek heeft verricht, waarbij artsen eiser hebben onderzocht, dossiers zijn bestudeerd en informatie van de behandelend sector is betrokken. Medische stukken van eiser, waaronder een MRI-scan en een brief over een nog te plannen operatie, zijn meegenomen in de beoordeling. De subjectieve klachtenbeleving van eiser is niet doorslaggevend; het gaat om medisch objectief vastgestelde beperkingen.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep bevestigde het oordeel dat eiser geschikt is voor de geduide functies. De rechtbank concludeert dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat eiser op 15 oktober 2019 geschikt was voor arbeid en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en hij wordt geschikt geacht voor arbeid per 15 oktober 2019, waardoor geen recht op Ziektewetuitkering bestaat.