Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
“Wij begrijpen dat je iets wil verklaren over [Medeverdachte 4] . Wij willen u wel mededelen dat als u denkt dat u zich op welke manier dan ook denkt te kunnen gaan belasten, wij u hierbij mededelen dat u dan niet tot antwoorden verplicht ben.”
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
9.Bijlage I
10.Bijlage II
Ik kreeg dan de opdracht van [Medeverdachte 3] om bij haar langs te komen en kreeg daar brieven van [Medeverdachte 4] te lezen waar dan een opdracht voor mij in stond.
Zij waren op de hoogte van de opdracht die ik via een brief had gekregen op [Naam 1] te benaderen en geld te bieden om hem te beïnvloeden.
[Medeverdachte 2] nam handgeschreven brieven van [Medeverdachte 4] mee uit de gevangenis.
Ik weet dat mijn vader brieven schreef met opdrachten. Ik hoorde dan van [Verdachte] “ik heb een brief gehad en moet dat en dat doen”. [Verdachte] kreeg die brieven via mijn moeder.
zegt dat hij [Medeverdachte 4] wil spreken en morgenmiddag naar [Medeverdachte 4] toekomt.
[Medeverdachte 4] zegt dat hij wil dat [Medeverdachte 2] zo dadelijk naar haar thuis komt.
[Medeverdachte 4] zegt nog dat zij [Medeverdachte 2] nog moet bellen en [Medeverdachte 2] bij hun thuis moet zien.
(de rechtbank begrijpt dat de datum 28 februari 2017 moet zijn)inhoudende - zakelijke weergegeven -:
Laat [Naam 7] zijn waardevolle spullen bij zijn zoon [Naam 8] op zolder zetten”.
Nou niet sporadisch, maar niet iedere keer als ik bij [Medeverdachte 4] geweest was. Maar ik kwam er nadat hij had bidden en smeken om langs zijn ouders en zijn vrouw te gaan.