Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 11 november 2020 van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[naam verzoeker] , te [woonplaats verzoeker] , verzoeker,
de burgemeester van de gemeente Oosterhout, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Feiten en omstandigheden
- verzoeker is veroordeeld tot een taakstraf van 40 uur wegens het in bezit hebben van 24 pillen amfetamine op 13 juni 2018. Naast de pillen werd ook een bedrag van € 190,- aan contanten aangetroffen, hetgeen de burgemeester een indicatie acht voor handel in drugs;
- verzoeker is op 12 juli 2016 veroordeeld wegens spijbelen;
- constateringen op 21 maart 2019, 16 november 2019 en 3 maart 2020 dat verzoeker auto reed, terwijl zijn rijbewijs was geschorst;
- vertonen van hinderlijk en gevaarlijk rijgedrag en het rijden onder invloed van drugs op 16 november 2019;
- rijden onder invloed van alcohol op 2 februari 2019, 25 februari 2019, 23 maart 2019 en 18 december 2019;
- mutaties in de periode van januari 2015 tot en met januari 2020 die volgens de burgemeester een vermoeden van drugshandel rechtvaardigen, waaronder een sms aan verzoeker met de vraag “kun je leveren”, rondhangen bij een school, het bij zich dragen van hennep en € 130,- in kleine coupures, het aantreffen van een bonnetje voor de aanschaf van verpakkingsmaterialen voor drugs (onder andere ponypacks) in de buddyseat van de scooter van verzoeker;
- mutaties in de periode van 2016 tot en met 2019 die volgens de burgemeester het vermoeden rechtvaardigen dat verzoeker onderdeel uitmaakte van de Hooipoldergroep: een jeugdbende die zich bezig hield met inbraken, overvallen en drugshandel.