Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
- zijn penis in de vagina van die [Slachtoffer] gebracht/geduwd.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij [Slachtoffer]
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan vier voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
10.Bijlage I
- zijn penis in de vagina van die [Slachtoffer] gebracht/ geduwd en/of
- die [Slachtoffer] gezoend;
Art. 243 jo Pro 248 lid 2 wetboek van strafrecht
(art 243 Wetboek Pro van Strafrecht, art 248 lid 2 Wetboek Pro van Strafrecht)
11.Bijlage II
Ik weet dat hij mij vast had en naar achteren en naar voren ging. Er in en er uit. Ik heb het al vaker gedaan dus ik weet wel hoe het voelt. Ik lag daar gewoon, ik was zo ver. Mijn arm leek wel 100 kilo. Ik weet gewoon dat hij bezig was.
Ik weet wel dat onderbroek en broek op mijn enkels was of helemaal uit. Dat heeft [Verdachte] gedaan. Ik heb alles laten gebeuren.
Ik keek naar het plafond en zag [Verdachte] steeds boven mijn hoofd komen met zijn hoofd en dan zakte hij weer naar beneden. [Verdachte] ging erin en eruit. Zijn piemel in mijn vagina.
Het is op 11 november 2018 gebeurd en ik heb het op 4 januari 2019 tegen mijn moeder verteld. [Verdachte] heeft een bericht gestuurd.
Ik had contact met [Verdachte] via Whatsapp en Snapchat.
Ik was die avond door de alcohol in een andere wereld. Alles draaide gewoon. Ik was 100 procent niet mijzelf. Ik kon nog niet eens meer mijn telefoon vasthouden.
1:43 uur: Aangeefster naar verdachte:“Ik wil eigenlijk niks meer van jou horen. Ik zit er heel erg mee en lig soms nachten wakker.”
Verdachte naar aangeefster:1:44 uur:“Zal ik het [Naam 1] dan maar eerlijk vertellen? Want ik zit er ook mee.
Aangeefster naar [Verdachte] van [Naam 1] :
[Verdachte] van [Naam 1] naar aangeefster:
“Sorry maar ik raakte je borsten aan en je stak je kont in mijn kruis. Je hebt nooit nee gezegd. Je hebt gesteund. Laat maar even. Het is niet zo dat ik dit alleen heb gedaan.”
Aangeefster naar [Verdachte] van [Naam 1] :“Voelt als een verkrachting. Ik weet niet eens alles meer. Kheb er zo mee gezeten.”
[Verdachte] van [Naam 1] naar aangeefster:“Kunnen we aub ooit een keer hierover praten samen. (....)”
[Verdachte] van [Naam 1] naar aangeefster:“Schat dat vind ik echt erg dat je dat zegt. Want dat was het niet. Ik heb je nooit willen beschadigen.”
Aangeefster naar [Verdachte] van [Naam 1] :“Heb je wel gedaan.”
[Verdachte] van [Naam 1] naar aangeefster:
“Dit had nooit mogen gebeuren dat klopt. maar ik heb niets tegen je wil gedaan en dan zeggen verkrachting is erg heftig.”
Aangeefster naar [Verdachte] van [Naam 1]:
(…) “Besef je wel wat je zegt? Je hebt [Naam 1] slaappillen gegeven mij een glas drank en je zoon naar boven gestuurd. Ik ben klaar ik hoor wel wat van [Naam 1] .”
[Verdachte] van [Naam 1] naar aangeefster:“Okay dit is duidelijk. En niet eerlijk. Jij hebt mij ook van alles geappt (...) Alcohol heb je zelf gepakt en [Naam 1] slikt altijd slaappillen (...) . Ik zal het binnenkort opbiechten.”
had wijn gedronken en was dronken.