ECLI:NL:RBZWB:2020:5738
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Geheimhoudingsbeslissing
- Rechtspraak.nl
Deelwijziging geheimhouding inspectiestukken op grond van artikel 8:29 Awb
De inspecteur van de Belastingdienst verzocht de rechtbank om geheimhouding van vier stukken die onderdeel uitmaken van de hoofdzaak, waaronder interne notities, een gespreksverslag en een memo. De inspecteur motiveerde dit verzoek met het belang van interne beraadslaging, tactische en strategische overwegingen en de bescherming van persoonsgegevens van belastingambtenaren.
De geheimhoudingskamer heeft zonder zitting besloten dat het belang van de inspecteur bij geheimhouding van passages in drie van de stukken zwaarder weegt dan het belang van belanghebbende bij kennisneming. Dit betreft met name opmerkingen van strategische aard, interne communicatie en privacybescherming. Voor het vierde stuk werd het verzoek afgewezen omdat de inspecteur geen eigen belang bij geheimhouding had aangevoerd.
De rechtbank benadrukte dat geheimhouding slechts kan worden toegewezen indien gewichtige redenen dit rechtvaardigen en dat terughoudendheid geboden is. De passages die geheim zijn gehouden betreffen interne beraadslagingen en persoonsgegevens die niet relevant zijn voor de hoofdzaak. De beslissing is genomen zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen en kan alleen samen met hoger beroep tegen de hoofdzaak worden aangevochten.
Uitkomst: Het verzoek om geheimhouding wordt deels toegewezen en deels afgewezen.