ECLI:NL:RBZWB:2020:5739
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Geheimhoudingsbeslissing
- Rechtspraak.nl
Deeltoewijzing verzoek geheimhouding stukken Belastingdienst op grond van artikel 8:29 Awb
De inspecteur van de Belastingdienst heeft bij verweerschriften vier stukken overgelegd waarvan delen zijn geschoond en verzocht om geheimhouding van de ongeschoonde passages op grond van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De stukken betreffen interne notities, een gespreksverslag en een intern memo.
De geheimhoudingskamer heeft zonder zitting besloten en een belangenafweging gemaakt tussen het belang van de inspecteur bij geheimhouding en het belang van belanghebbende bij kennisneming. Voor drie van de stukken weegt het belang van de inspecteur, onder meer vanwege interne beraadslaging, strategische overwegingen en bescherming van persoonsgegevens, aanzienlijk zwaarder dan het belang van belanghebbende.
Voor het vierde stuk is het beroep op geheimhouding niet gerechtvaardigd omdat de inspecteur geen eigen belang heeft gesteld, maar alleen aangeeft waarom belanghebbende geen belang heeft bij kennisneming. De rechtbank heeft daarom het verzoek tot geheimhouding deels toegewezen en deels afgewezen.
De uitspraak is gedaan door rechter W.A.P. van Roij en griffier I. van Wijk op 18 november 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen. Tegen deze beslissing kan alleen hoger beroep worden ingesteld tegelijk met het hoger beroep in de hoofdzaak.
Uitkomst: Het verzoek om geheimhouding wordt deels toegewezen voor drie stukken en deels afgewezen voor één stuk.