ECLI:NL:RBZWB:2020:5740
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Geheimhoudingsbeslissing
- Rechtspraak.nl
Deeltoewijzing verzoek geheimhouding stukken Belastingdienst op grond van artikel 8:29 Awb
De inspecteur van de Belastingdienst verzocht de rechtbank om geheimhouding van vier stukken die relevant zijn in belastingzaken, waaronder interne notities, een gespreksverslag en een memo. De rechtbank heeft deze stukken beoordeeld aan de hand van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waarbij een belangenafweging plaatsvond tussen het belang van de inspecteur bij geheimhouding en het belang van belanghebbende bij kennisneming.
De rechtbank oordeelde dat het belang van de inspecteur bij geheimhouding van passages die betrekking hebben op interne beraadslaging, strategische overwegingen en bescherming van persoonsgegevens zwaarder weegt dan het belang van belanghebbende. Dit rechtvaardigt gedeeltelijke geheimhouding van de stukken. Voor één van de stukken, een memo, werd het verzoek tot geheimhouding afgewezen omdat de inspecteur geen eigen belang bij geheimhouding kon aantonen.
De procedure vond plaats zonder zitting, met instemming van belanghebbende. De beslissing benadrukt het belang van terughoudendheid bij geheimhouding en bevestigt dat geheimhouding alleen gerechtvaardigd is bij gewichtige redenen. Tegen deze beslissing kan alleen hoger beroep worden ingesteld tegelijk met het hoger beroep in de hoofdzaak.
Uitkomst: Het verzoek om geheimhouding wordt deels toegewezen en deels afgewezen.