ECLI:NL:RBZWB:2020:5760
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning kantoor en uitweg op bedrijventerrein
Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge om een omgevingsvergunning te verlenen voor het realiseren van een kantoorruimte, gevelwijziging, aanleg van inritten, het plaatsen van afrastering en terreinverharding op een perceel gelegen op een bedrijventerrein. Verzoeker stelde dat het bedrijf van vergunninghoudster niet is toegestaan volgens het bestemmingsplan vanwege een te hoge milieucategorie en dat de uitweg daarom niet had mogen worden verleend.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het bouwplan in strijd was met enkele bestemmingsplanbepalingen, zoals de hoogte van erfafscheidingen en de oppervlakte van het perceel, maar dat het college hiervoor een geldige vrijstelling had verleend. De kern van het geschil betrof de vraag of het bedrijf van vergunninghoudster binnen de toegestane milieucategorieën viel. Het college had toegelicht dat het bedrijf valt onder milieucategorie 3.2 en niet onder de door verzoeker genoemde hogere categorieën 4.2 of 5.1.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college voldoende had toegelicht dat het bedrijf niet in strijd was met het bestemmingsplan. Ook het niet-zelfstandige kantoor was toegestaan als onderdeel van het bedrijf. De omgevingsvergunning voor de uitweg was eveneens terecht verleend, omdat geen weigeringsgronden van de gemeentelijke verordening van toepassing waren. Overlastklachten konden niet via deze procedure worden opgelost maar via handhaving. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning wordt afgewezen.