Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
- stompen/slaan tegen het hoofd van die [Aangever 1] , waardoor die [Aangever 1] ten val kwam en
- stompen/slaan en/of schoppen/trappen tegen het hoofd en/of het lichaam van die [Aangever 1] en/of [Aangever 2] ;
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
12.411,94, waarvan
€ 2.411,94ter zake van materiële schade en
€ 10.000,--ter zake van immateriële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 29 december 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
€ 12.411,94vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 29 december 2019 tot aan de dag der algehele voldoening te betalen;
97 dagengijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;