Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
- volledig door het lint te gaan en daarbij vernielingen aan te richten en brand te stichten in een leefruimte van [Naam instelling] , grenzend aan dan wel nabij een magazijn/opberghok waar die genoemde medewerker zich uit veiligheidsoverwegingen had verschanst, en/of
- door de naam van die medewerker te schreeuwen en hem daarbij toe te voegen: "Ik kom jou pakken!" en door allerlei voorwerpen te gooien tegen de deur van dat magazijn/opberghok waarin die medewerker zich bevond, en/of
- door met geweld te trachten die deur van dat magazijn/opberghok te forceren waardoor die medewerker dat magazijn/opberghok niet kon verlaten ;
2
op 14 mei 2020 te Breda, tezamen en in vereniging met een ander ambtenaren, werkzaam in [Naam instelling] te weten: [Naam 2] en [Naam 3] en [Naam 4] , gedurende de rechtmatige uitoefening van hun bediening heeft mishandeld door stoelen en een pan tegen het lichaam te gooien waardoor genoemde personen pijn en/of letsel hebben ondervonden;
op 14 mei 2020 te Breda tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk en wederrechtelijk de inboedel/huisraad en een deur van een leefruimte in [Naam instelling] , die aan genoemde [Naam instelling] toebehoorden, heeft vernield en beschadigd;
op 14 mei 2020 te Breda, tezamen en in vereniging met een ander [Naam 1] (medewerker van [Naam instelling] heeft bedreigd met zware mishandeling door die [Naam 1] dreigend de woorden toe te voegen "Ik kom jou pakken" (in een situatie waar verdachten op dat moment toen en daar met de inboedel gooiden en brand stichtten)
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
envan de vrijheid beroofd houden;
en
een gevangenisstraf van zes maanden;
terbeschikkingstellingvan verdachte,
met verplegingvan overheidswege;
hij op of omstreeks 14 mei 2020 te Breda tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk medewerker ( [Naam afdeling instelling] van [Naam instelling] zijnde [Naam 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door:
- volledig door het lint te gaan en/of daarbij vernielingen aan te richten en/of brand te stichten in een leefruimte van [Naam instelling] , grenzend dan wel nabij een magazijn/opberghok waar die genoemde medewerker zich uit veiligheidsoverwegingen had verschanst, en/of
- door de naam van die medewerker te schreeuwen en/of hem daarbij toe te voegen: "Ik kom jou pakken!" en/of door allerlei voorwerpen te gooien tegen de deur van dat magazijn/opberghok waarin die medewerker zich bevond, en/of
- door met geweld te trachten die deur van dat magazijn/opberghok te forceren waardoor die medewerker dat magazijn/opberghok niet kon verlaten ;
( art 282 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
2
hij op of omstreeks 14 mei 2020 te Breda, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen een of meerdere ambtena(a)r(en), werkzaam in [Naam instelling] te weten: [Naam 2] en/of [Naam 3] en/of [Naam 4] , gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn of haar
bediening heeft/hebben mishandeld door een of meerdere stoel(en) en/of pan(nen), in elk geval (een) (zware) voorwerp(en) tegen het lichaam te gooien waardoor genoemde perso(o)n(en) pijn en/of letsel heeft/hebben ondervonden;
( art 300 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 304 ahf Pro/sub 3 Wetboek van Strafrecht)
hij op of omstreeks 14 mei 2020 te Breda tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk de inboedel/huisraad en/of een of meerdere deur(en) van een leefruimte in [Naam instelling] in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s), te weten: aan genoemde [Naam instelling] toebehoorde,
heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
( art 350 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
4
hij op of omstreeks 14 mei 2020 te Breda, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen [Naam 1] (medewerker van [Naam instelling] ) heeft/hebben bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of met brandstichting, door die [Naam 1] dreigend de woorden toe te voegen "Ik kom jou pakken" en/of "Als jullie binnen komen, steken we alles in de brand", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking (in een situatie waar verdachte(n) op dat moment toen en daar met de inboedel gooide(n) en brand stichtte(n)); (art 285 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht)
Bijlage II
Op een gegeven moment zag ik, toen [Naam 4] de woonkamer wilde verlaten, dat [Medeverdachte] water over [Naam 4] heen gooide. Toen ik dit zag drukte ik gelijk de alarmknop in en liep de woonkamer in. Ik weet namelijk uit ervaring dat als [Medeverdachte] boos is hij enorm kan gaan doordraaien. Enkele seconden later ging het helemaal los. Er werd met van alles gegooid. De pannen, stoelen etc vlogen om je oren. [Verdachte] en [Medeverdachte] gingen helemaal los. De enige kant die ik nog op kon was de kant van de toiletten / opberghok. Ik zat dus opgesloten. Ik kon geen kant meer op. Ik heb gelijk de eerste deur op slot gedraaid. Ik hoorde aan de stemmen dat [Verdachte] en [Medeverdachte] helemaal door het lint gingen. Ik hoorde dat ze van alles tegen de deur waar ik achter zat aan gooide. Ondertussen hoorde ik [Verdachte] en [Medeverdachte] schreeuwen en ik hoorde veel kabaal. Ze schreeuwden mijn naam. Wetende wat voor jongens het zijn en waar ze toe in staat zijn, daardoor voelde ik me wel bedreigd en werd ik ook wel een beetje bang.
Ik hoorde [Verdachte] en [Medeverdachte] ook van alles kapot gooien, dus ze hadden genoeg scherpe voorwerpen tot hun beschikking.
Ik wist ook niet of er al mensen onderweg waren en hoelang het nog zou gaan duren. Ik was echt bang dat ze de boel in de fik zouden gaan steken.
Ik weet zeker dat als ik of een van mijn collega’s niet op tijd weg konden komen het heel anders was afgelopen.
Ik hoorde dat er met glazen potten tegen de deur werd gegooid. Ik hoorde ook dat er hard tegen de deur werd gebonkt. Ik zag op dat moment ook dat er een scheur aan de binnenkant van de deur ontstond. Ik heb ook gehoord dat er aan de deurklink werd gezeten.
[Verdachte] gooide een klets water uit een kan die op het aanrecht stond naar [Naam 4] . Ook gooide [Verdachte] toen een stoel in de richting van [Naam 4] . [Medeverdachte] duwde [Naam 4] en voegde zich bij [Verdachte] . Ik zag dat [Verdachte] langs mij af liep en dat hij met spullen begon te gooien. Hij pakte alles wat hij vond op zijn pad en gooide alles naar ons. Hij gooide een pan tegen [Naam 3] aan. [Medeverdachte] was ook met spullen gaan gooien. Ik zag dat [Medeverdachte] een stoel oppakte en naar mij toe gooide. Ik voelde dat de stoel hard tegen mijn bovenarm aan kwam. Ik voelde, toen de adrenaline was gezakt pijn aan mijn arm.
Er werd echt gericht met alles wat zij konden grijpen naar ons gegooid. Er is gegooid met alle huisraad gegooid met stoelen en pannen.
Deze pan, een zwarte braadpan, raakte mijn linker onderarm. Deze doet hierdoor pijn, is gezwollen en doordat een spier is geraakt kan ik nu geen goede vuist maken van mijn linker hand. Dit doet pijn. Ik zie ook een rode horizontale streep over mijn linker onderarm op de plek waar de pan terecht kwam. Op dat moment besloot ik dat mijn collega's en ik niet meer veilig waren in de leefruimte en heb ik opdracht gegeven om de ruimte te verlaten. Hieraan werd gehoor gegeven door mijn collega's. Ik was mijn collega [Naam 1] kwijt. Hij bleek zich in het magazijn te hebben opgesloten.
Alleen [Verdachte] en [Medeverdachte] waren tijdens de escalatie op de groep. Er is ook geweld gebruikt richting mijn collega's. Er werd met van alles gegooid door deze jongeren.
Toen ik door de deur was zag ik dat [Medeverdachte] op mij afliep. Ik voelde op dat moment dat ik een grote hoeveel water tegen mijn rug werd gegooid. Ik zag dat [Medeverdachte] doorliep naar mij toe en mij een ferme duw tegen mijn bovenlichaam gaf. Hierdoor moest ik achteruit stappen en kwam ik met mijn rug tegen de muur aan. Op dit moment gingen alle alarmbellen af. Ik draaide me om en ik zag dat [Verdachte] , vanuit de woonkamer, een stoel vast had en die naar mij toe gooide. Ik stond op dit moment bij de deur. De stoel raakte de deur en de stoelpoten raakten mijn rug. De stoel blokkeerde vervolgens de deur tussen de cellengang en de woonkamer waardoor deze niet dicht kon. Op het moment dat de stoelpoten mij raakten voelde ik niks door de adrenaline maar nu doet mijn onderrug wel pijn. Ik voel dat mijn onderrug beurs is.
Ik zag dat het helemaal los ging en dat [Medeverdachte] en [Verdachte] gooiden met pannen, stoelen en eigenlijk alles was ze vast konden pakken.
Ik, verbalisant [Naam 11] , herkende de man die de barricade in brand had gestoken later als:
[Medeverdachte] , geboren op [Geboortedag medeverdachte] -2002 te [Geboorteplaats medeverdachte] .