ECLI:NL:RBZWB:2020:6028

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
27 november 2020
Publicatiedatum
3 december 2020
Zaaknummer
AWB- 20_7426
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling college Breda in proceskosten wegens niet tijdig besluit Participatiewet

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college van burgemeester en wethouders van Breda op haar bezwaar tegen een beslissing over de verrekening van een toegekende vergoeding met een openstaande vordering onder de Participatiewet.

Het college heeft uiteindelijk op 19 augustus 2020 alsnog op het bezwaarschrift beslist, waarna verzoekster het beroep introk met het verzoek het college te veroordelen in de proceskosten. Het college stemde in met een proceskostenvergoeding met een wegingsfactor van 0,5.

De rechtbank oordeelt dat het college gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen door alsnog te beslissen en veroordeelt het college daarom in de proceskosten van verzoekster. De kosten worden vastgesteld op € 262,50 conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij de zaak als licht wordt aangemerkt. Het griffierecht wordt door het college rechtstreeks aan verzoekster vergoed.

Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Breda is veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 262,50 wegens het niet tijdig nemen van een besluit.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 20/7426 PW
uitspraak van 27 november 2020 van de enkelvoudige kamer op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen

[naam verzoekster] , te [plaatsnaam] , verzoekster,

gemachtigde: mr. C. van der Ent,
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, verweerder.

Procesverloop

De gemachtigde van verzoekster heeft bij brief van 7 juli 2020 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college op het bezwaar van verzoekster gericht tegen de beslissing om de toegekende vergoeding te verrekenen met de nog openstaande vordering ingevolge de Participatiewet
Bij besluit van 19 augustus 2020 heeft het college op het bezwaarschrift beslist.
Vervolgens heeft de gemachtigde van verzoekster het beroep ingetrokken, met het verzoek het college te veroordelen in de proceskosten. Het college heeft bij brief van 6 oktober 2020 aangegeven in te stemmen met een proceskostenvergoeding met een wegingsfactor van 0,5 op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank, indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
2. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het besluit van 19 augustus 2020 dat het college in ieder geval gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen door naar aanleiding van het beroep alsnog op het bezwaarschrift te beslissen. Hierin ziet de rechtbank aanleiding het college te veroordelen in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Daarbij merkt de rechtbank het gewicht van de onderhavige zaak aan als licht, gelet op de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, waarin is overwogen dat geschillen met betrekking tot het uitblijven van een besluit als licht moeten worden beschouwd.
Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 262,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 525, en wegingsfactor 0,5).
3. De rechtbank overweegt ten overvloede dat het college op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb het griffierecht van € 48,- aan verzoekster dient te vergoeden, zodat een veroordeling daartoe niet nodig is.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het college in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 262,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van D. Alblas, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 november 2020 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank.