ECLI:NL:RBZWB:2020:6029
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Veroordeling gemeente Tilburg in proceskosten na intrekking verzoek voorlopige voorziening bouwstop garage
Verzoekers maakten bezwaar tegen de fictieve weigering van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg om te beslissen op hun verzoek om handhavend op te treden tegen de bouw van een garage op hun perceel. Zij vroegen tevens om een voorlopige voorziening.
Voordat een zitting plaatsvond, stelde het college de eerder mondeling opgelegde bouwstop op schrift in een besluit van 2 november 2020. Hierna trokken verzoekers hun verzoek om voorlopige voorziening in en verzochten het college te worden veroordeeld in de proceskosten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college aan verzoekers was tegemoetgekomen door het schriftelijke besluit en veroordeelde het college in de proceskosten van verzoekers, vastgesteld op €525,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter E.J. Govaers op 2 december 2020.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg is veroordeeld in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van €525,-.