Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 december 2020 in de zaak tussen
[naam eiser1] en [naam eiser2] ,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, verweerder.
Procesverloop
Ontvankelijkheid
Overwegingen
ten tijde van het in werking treden van het bestemmingsplanhet bouwperceel reeds breder is dan 6,5 meter. In dat geval bedraagt de maximale breedte van het hoofdgebouw, de breedte zoals deze is opgenomen in de laatst verleende (omgevings)vergunning.
ten tijdevan de inwerkingtreding van het bestemmingplan. Omdat met de bouwvergunning bebouwing van het gehele erf is toegestaan, mag het gebouw de volle breedte van het bouwvlak beslaan. De beantwoording van de vraag of uitsluitend de vergunning tweede fase (2006) dan wel de eerste (2004) en tweede fase (2006) op 27 november 2018 zijn ingetrokken kan dan ook in dit verband buiten beschouwing blijven.
circa250 meter behelst. Uit de tekst van de beleidsregel blijkt expliciet dat de afstand
maximaal250 meter mag zijn. Aangezien de feitelijke afstand méér dan 250 meter is, namelijk 255-260 meter, is het bouwplan niet gelegen binnen de invloedssfeer van de openbare parkeergarage. Dit houdt in dat ook voor bezoekers voldoende parkeergelegenheid moet zijn.
Beslissing
mr. N. Graumans, griffier, op 1 december 2020 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Bijlage: wettelijk kader
voor het bouwen van hoofdgebouwen de volgende regels: